Flevoland is plat
“Laat ik eens wat land maken”, moet Cornelis Lely gedacht hebben. “Maar waar?”, en vanaf dat moment is het fout gegaan. Het gaat hier natuurlijk over de meest saaie provincie van Nederland en omstreken na Zeeland: Flevoland.
Waar we om (lees: over) Limburgers nog kunnen lachen, is Flevoland echter alles behalve grappig. Er is werkelijk waar geen reet te beleven, zo blijkt uit uitvoerig empirisch onderzoek. De bevolking bestaa t merendeels uit verbannen Amsterdammers, Urkers die hopen op een zondvloed opdat Urk weer een eiland wordt en een verdwaalde Limburger.
Wie over de A27 of de A6 rijdt, valt naast troosteloze VINEX-woonwijken nog iets op: het is er plat. En behoorlijk ook. Zo belandde ik daar eens tegen wil en dank voor een twee wekelijkse cursus. Van alle plekken op aarde waar ze die cursus konden geven, moest het uitgerekend daar zijn.
Nu wilde ik het nog best een kans geven, dus toog ik vol goede moed derwaarts in de auto van de zaak. Mijn collega’s hadden er ook zin in, want zo erg kon het toch niet zijn? Inderdaad, het was verschrikkelijk.
Het begon al goed. TomTom miste het gehele stadscentrum van Lelystad, dat wil zeggen: het bestond niet. En als iets niet bestaat volgens TomTom, nou berg je dan maar. We hadden een heus viersterrenhotel. Maar ik telde toch echt meer vlekken op de gordijnen dan dat er sterren waren. Het uitzicht betrof het stadscentrum van Lelystad en één of ander triest parkeerdek met de nog triestere naam ‘Agoradek’. Vergeet de hel, dit was de hel. De eerste lokale hangmarokkaan stond al om fucking acht uur (!!) te hangen en een joint te roken (!!!).
Het vreemde was nog wel dat het hotel naast geile Russen en zakenmensen bevolkt werd door Amerikanen. Busladingen vol. Die vinden het natuurlijk ‘wonderfull’ te kunnen lopen op ‘land’ dat ooit ‘sea’ was. Tja…
“Excuse me mister?”. Een oud vrouwtje van 1 meter 60 spreekt mij aan. Ze heeft witte krullen, typetje Judge Judy en een sticker op haar borst met de naam ‘Ruth’. “Can you tell me what sights there are to see here?” “Well”, antwoord ik, “Not much. Since the nuclear disaster that happened here, this is a quarantined zone. That’s why it’s so flat. And the water, that is to keep the people without a permit to exit in this godforsaken place.” Vreemd genoeg was Ruth de dagen er na spoorloos verdwenen.
Maar het kan nog gekker: Lelystad kent een heuse schouwburg annex theater (groot geeloranje ding) met restaurant dat voor Lelystadse begrippen zelfs zeer goed is. Het was dan ook niet verwonderlijk dat we daar belandden. Er waren echter weinig locals. Volgens de eigenaar moest dat nog een beetje gaan komen casu quo lopen. Wij wisten wel beter, de arme man. De Griek aan de overkant zat overigens stampvol.
Maar als je denkt dat je alles al gehad hebt, dan kan het altijd nog erger: Almere. In de paar uur dat we daar rondliepen zagen we meer junks en andere mafkezen rondlopen dan dat er waarschijnlijk zijn geweest op de Amsterdamse Zeedijk. Dat is knap, want de Wallen zijn vele jaren ouder dan Almere. Er is één tent waar alle jeugd hangt en dat is de Anno. Of zo. Tout Almere zit daar tijdens een zonnige dag op het terras cool te zijn. Maar eigenlijk weten die mensen ook wel dat dat twee zaken zijn die gewoon niet samengaan.
Almere Stad wordt gescheiden door een hardnekkige busbaan die uitkomt bij het station. Zeg maar gerust ‘de Almeerse Muur’. Als je met je auto aan de ene kant staat, en je wilt naar de andere: tuff luck. Dat lukt je gewoon niet. Onmogelijk! Ja, je moet de hele stad uit en pas dan kun je eromheen rijden. Het is werkelijk waar ongelofelijk.
Terug naar Lelystad. In het centrum staat een groot standbeeld van Cornelis Lely; de Zuil van Lely welteverstaan. Naar verluidt is het standbeeld net zo hoog als dat de Zuiderzee ooit diep was. Volgens mij is het echter geen standbeeld, maar een reusachtige plug. Een mechanisme voor het holy shit scenario. Voor als het echt fout gaat dus. Wie helemaal naar boven klimt en aan zijn vinger trekt, activeert eerdergenoemde plug met als gevolg dat de polder volloopt met water van het IJsselmeer.
Dat is dan ook de enige oplossing: teruggeven aan zee. Ik weet zeker dat Cornelis Lely het zo bedoeld heeft.
Volgende keer: Amsterdam.


jezus wat goed zeg
check trouwens http://gekopwater.hyves.nl/ voor meer vertier!