Koninklijke kebab bij de Troya in Arnhem
Een verslag door vriendin nummer B
Voor het eerst bevond ondergetekende zich tijdens de viering van de verjaardag onzer koningin-moeder in het Oosten des lands. Koninginnedag in Arnhem mag, naar zo bleek, met recht een aanrader worden genoemd. Hoewel ik als keiharde westerling eerst sceptisch was, moest ik na een uurtje en drie, vier bier toch toegeven dat het best goed toeven was zo tussen de grote en minder grote stadspodia waar allerhande bandjes hun kunsten vertoonden.

Nu ben je kebabreporter of je bent het niet, dus het viel mij direct op dat het in Arnhem stikt van de spitten. Het eerste spotte ik bij het hoofdpodium, al hoofdknikkend op de rhymes van Lange Frans. De dame achter de balie was gekleed in thematische Duizend-en-één-nacht outfit en ze lachte mij vriendelijk toe. Vol goede hoop draafde ik richting haar kraam, maar één blik op de bijna grijsgekleurde stukken nepvlees in de au-bain-marie maakte dat ik enigszins onbeleefd terstond rechtsomkeert maakte. Onder het uitroepen van “Tyfus wat ziet die kebab er smerig uit hier!” kuierde ik naar de friettent ernaast om me voor vier euro te goed te doen aan een grote puntzak met mayo.
Tot zover poging één.
Een paar uur later wandelde mijn gezelschap over de Rijnkade. Al gauw werden we een zijstraatje in gelokt door de unieke klanken van de Hot Stewards. Deze heren zagen eruit als een rock meets punk crossover en speelden rockversies van liefdesliedjes uit de synthesizer decade, ook wel bekend als de jaren ’80. Prachtig om te zien, een waar feestje vlak voor één of andere homobar (tenminste, dat stond er op FourSquare, maar volgens 4SQ is de bushalte in de Amsterdamsestraatweg óók een homobar, dus of het klopt weet ik niet). Fijn sfeertje, heerlijk.
Na een heftig uurtje op en neer springen hadden we honger en pijn aan de voeten, dus stiefelden we gezamenlijk terug naar de kade. Aldaar nam ik voor het eerst de tijd eens goed te kijken wat Arnhem mij zoal te bieden had, qua voer. Ik telde een stuk of vijf spitten en hongerig als ik was besloot ik er willekeurig eentje uit te kiezen. De Troya werd de gelukkige, voornamelijk vanwege de beschrijving van hun broodje op een geprint A4tje: ‘kalfsvlees, gemengde salade, gemengde sauzen’. Fijn! geen kip!
De kraam was onderdeel van een Turks restaurant en dat gaf mij goede hoop. De ietwat bezwete kebabbers werkten zich het leplazarus om de bestellingen af te werken. Éénmaal aan de beurt bestelde ik een broodje döner met alles en wat ik kreeg overtrof qua formaat al mijn verwachtingen. Het broodje was gigantisch. Een ruime kwart van een fiks Turks brood was volledig dichtgetimmerd met vulling. Ik
betaalde met een gelukzalige glimlach de festivalprijs van 5 euro en liep gewapend met broodje en een vork terug naar mijn vrienden.
Het vlees smaakte redelijk. Vrij lafjes gekruid, maar wel belachelijk overvloedig aanwezig. Het groenvoer was met witte ui, tomaat, komkommer en ijsbergsla gewoontjes, maar wel vers, fris en knapperig. De knoflooksaus was wel erg potent en romig, ik vermoed zelfgemaakt. Allergrootste nadeel van dit broodje was het gebrek aan sambal, die was kennelijk op. Na ongeveer vijf minuten had ik eindelijk voldoende döner weggewerkt om de rest van het broodje met mijn handen naar binnen te kunnen werken, zoals het een goed kebabeter betaamt. De verdeling liet overigens wel zwaar te wensen over, aangezien ik begon met alleen kebab en eindigde met alleen sla.
Eigenlijk kan ik kort zijn. Het broodje was qua smaak niet heel bijzonder, maar wel gewoon lekker. Dat in combinatie met zijn grootte maakte dat ik met een zeer tevreden gevoel nog meer bier kon gaan drinken. Fijne stad toch, Arnhem.
Kebabreporters: Casa Nostra – Groningen
Misschien omdat de naam “Casa Nostra” wat jeugdsentiment voor me had, maar meer waarschijnlijk: omdat ik verrekte van de honger, liep ik hier onmiddellijk naar binnen. Ergens op een bord in het raam stond “kabab”, meer hoefde ik niet te (w)eten. Binnen begon het al snel warning signs te flashen. Kroketten en sito-sticks in de vitrine.Op het plastic menu noemt deze zaak zichzelf een “grillroam”, hetgeen ofwel duidt op een slordig spellende eigenaar, ofwel op ‘s werelds eerste zichzelf lukraak verplaatsende restaurant. Mijn geld op de eerste optie. Bovendien vind ik dat een verdenking gerechtvaardigd is tegen zaken die pretenderen het Patat en Frikandellen-vak, het Pizza & Pasta-metier, alsook het Kebabberoep te beheersen.

Jefke, Antonio, Mehmet, make up your mind! Personeel was wel hoorbaar “achter”, maar niet aanspreekbaar, dus wierp ik een blik in de (v)leesmap. Een Mijn Geheim, een Autovisie, een Party en een Prive, allen uit 2008. Aan de neus van de Volvo S60 is sinds 2008 een boel werk verricht, viel me op, al kwam ie toch minder gedateerd over dan die van Connie Breukhoven. Voor Mijn Geheim me echt begon te boeien, kwam er iemand van achter. Al snel – te snel – had ik mijn broodje (€6,00), en de warning signs hadden gelijk. Slap, lauwwarm, fantasieloos. Een triest en herfstig snippertje sla tussen flarden vreugdeloos vlees, niet in of op maar naast een brak broodje. Een rode spuitfles uit de spicy-tomaat familie en een dito gelige van de knoflook-variant stonden op tafel, klaar om een beroerd maal niet veel beter te maken. De hoeveelheid vlees was, zie foto, genereus. De bediening was allervriendelijkst. Hetgeen niet wegneemt dat ik – ik kom gemiddeld eens per twee jaar in Groningen - in 2013 toch ergens anders ga eten.
Kebabreporters: L’Amor, Amsterdam
V
andaag was het weer zover, ik moest voor mijn opleiding tot media bobo weer eens in Amsterdam zijn. Ook heb ik een jarige broer deze week, dus ben ik na mijn afspraak de stad in gedwaald om meer toys voor hem te halen. Helaas, de zaak die toys verkoopt bleek dicht (Toys… Hoewel ik het sentiment om op maandag gewoon dicht te blijven wel weer kan waarderen), maar in Amsterdam was ik, dus laten we dat moment dan meteen maar aangrijpen om kebab te eten.
Nu ben ik niet heel erg bekend in Amsterdam, dus het werd gewoon een kwestie van rond dwalen. Nou was dat met het zonnetje op mijn hoofd niet echt een drama, maar de weg kende ik dus niet. Voordat ik wist wat er gebeurde keek opzij recht in de dode ogen van een vrouw in verre staat van ontkleding. Ah, ik was op de Wallen. Nou weet ik dat ze daar in warm vlees specialiseren, maar hoewel ik nog nooit gehoord heb over iemand die soa’s heeft opgelopen via een broodje kebab was ik niet van plan om de eerste te zijn. En ja, ik weet dat de kebabbers vaak een rubbertje om (hun handen) doen, maar toch bleef ik wat huiverig. Ik plaatste een berichtje op Facebook dat ik twijfelde aan het halen van kebab op de Wallen en werd onmiddellijk door Bas toegejuicht. ‘Ok, ok, ik offer me wel op.’ was de gedachte.
Vervolgens kwam ik tot de conclusie dat ik geen cash bij me had. Op zoek naar een pinautomaat dwaalde ik weer helemaal terug tot het station (als gezegd, niet bekend in A’dam) en tegen de tijd dat ik eenmaal papieren valuta in mijn handen had trilde deze zelfde handen van de honger. Eten, en snel.
Ik liep wel weer een beetje terug, maar toen ik eenmaal op de Lange Niezel stond en Pizzeria/Grillroom L’Amor zag twijfelde ik geen moment. Dan maar geen Wallen. Half stoned door het tweederangs meeroken met de Britse toeristen wankelde ik naar binnen.
De zaak zag er netjes uit, en verkocht alles van gebak tot kebab (Gebab?). Overigens grappig om te zien dat er allemaal beeltenissen van Maria hingen, die zie je meestal niet als je kebab besteld. Ik bestelde een broodje en een flesje cola en kon hiervoor €7,50 afrekenen. De WC had ook nog een briefje dat dit €0,50 zou kosten, maar aangezien ik al eten besteld had werd hier niet om gevraagd. Mooi.
Het vlees van een gelijmde rol en werd nog even opgebakken. Het brood was lekker knapperig Turks brood. Er werd vlees in gemikt, een lading groenvoer bestaande uit sla, grote stukken tomaat en komkommer, en het geheel werd mij toegereikt met de opmerking dat ik er zelf saus uit de flessen op kon spuiten.
Na dit gedaan te hebben kan ik concluderen dat de knoflooksaus volstrekt standaard was, de sambal proefde ik nauwelijks (plus de fles zat niet goed dicht ofzo, waardoor ik allemaal sambal over mijn shirt heen spoot. Fijn.), en het was weer een typische begin-als-vegetariër-en-eindig-als-carnivoor verdeling. Het vlees was, jawel, kip, maar lekker gekruid.
Toch, ondanks de keuze voor standaard producten en de minder interessante verdeling was het geheel wel erg vers en smakelijk. Ik had overigens nog flink wat over tegen de tijd dat ik vol zat. Na deze foto genomen te hebben heb ik er nog drie happen in geforceerd omdat ik het echt lekker vond, maar daarna heb ik met ietwat spijt (zeker gezien de prijs) de rest toch weggegooid.
L’AmorLange Niezel 6
1012 GT Amsterdam

